Evangelisatie van de Hervormde Kerk

Evangelisatie van de Hervormde Kerk.

 

De familienaam Okkema is onverbrekelijk verbonden met deze kerk. Gerrit Edzers Okkema (1787-1865) begon in Grou een schoenmakerij. De zonen Harmen (1822-1920) en Murk (1832-1895) traden wat het vak betrof in de voetsporen van hun vader. Harmen trouwde met de boerendochter Richtje van den Berg, een weduwe met enige kinderen. In de Nederlands Hervormde Kerk, waartoe hij van huis uit behoorde, voelde Harmen zich op den duur niet thuis. De Hervormde Gemeente van Grou stond als zeer  vrijzinnig te boek.

In 1882 brak Harmen met dit kerkgenootschap. Hij sloot zich aan bij de Christelijk Gereformeerde Kerk te Wirdum. Dit hield wel in dat hij ’s zondags te voet vele kilometers af moest leggen om een kerkdienst bij te wonen. Bij de kerk in Wirdum waren nog enige Grousters aangesloten. Evenals Harmen betreurden zij het dat ze in Grou geen rechtzinnige preek konden beluisteren. In het dorp woonden verschillende rechtzinnige hervormden.

Voor deze groepjes rechtzinnigen ging Harmen samenkomsten bij zich aan huis houden. Zelf ging hij vaak voor als preeklezer. Verschillende keren wist hij predikanten aan te trekken die in de diensten voorgingen, zoals de christelijk gereformeerde predikant J.Kool.

In het begin was de opkomst bevredigend. Toen er in de loop van de jaren tachtig van de negentiende eeuw, te midden van het doliantiegewoel   (1)  , voorgesteld werd om te komen tot kerkvorming, bleek dit op moeilijkheden te stuiten. De rechtzinnig hervormden wilden de band met de oude vaderlandse kerk niet verbreken en beëindigden de samenwerking met de christelijk-gereformeerden.

Harmen Okkema ging met een kleine groep getrouwen door met de samenkomsten. Vlak naast zijn woning liet hij voor eigen rekening een lokaal bouwen. Dit werd in gebruik genomen door dominee Kool met een preek over Psalm 42   (2).

 

 

Het wilde echter niet lopen met de samenkomsten en in 1892 werd met de samenkomsten gestopt. Na de dood van zijn vrouw in 1902 vertrok Harmen naar Burgum, waar hij ging wonen bij zijn dochter Klaaske. Hier overleed hij in 1920.

Zijn oudste zoon Gerrit (1849-1923) bleef in Grou wonen en zette de schoenmakerij van zijn vader voort. Hoewel hij in de Hervormde Kerk bleef, voelde hij zich niet thuis onder de vrijzinnige prediking. Hij ging, evenals zijn vader dit destijds deed, bijeenkomsten voor rechtzinnig hervormden houden in zijn schoenmakerij.

Gerrit’s zoon Harmen (1878-1960) besloot, na enige tijd als schoenmaker werkzaam te zijn geweest, een ander beroep te kiezen. Hiermee kwam een einde aan het ruim 100 jaar oude schoenmakersbedrijf van de Okkema’s in Grou. In tegenstelling tot zijn vader kon hij binnen de Hervormde Gemeente wel aarden. Hij bekleedde binnen die gemeente het ambt van diaken.

Harmen was in Grou een bekende persoonlijkheid. Dit dankte hij voornamelijk aan de rol, die hij jaarlijks als Sint Piter vervulde.

 

 

Dit ‘lokaal’ dat Harmen Okkema naast zijn woning liet bouwen stond aan het water ‘De Grou’ (zie de foto’s) en was vanuit de Kerkstraat te bereiken via de steeg, genaamd ‘Ultsjebuorren’.

 

In 1940 werd het gebouw publiek verkocht, klik hier.

Of het toen al in handen van de familie Molenaar kwam is niet bekend, maar het gebouw is later afgebroken, evenals de woning van de familie in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Op die plaats staat nu het bedrijfsgebouw van zeilmakerij Molenaar.

 

(1)  In 1886 brak een aantal kerkraden met het bestuur van de Nederlandse Hervormde Kerk. Ze noemden zich de Nederduitse Gereformeerde Kerk en hanteerden als bijvoegsel de term 'dolerend' (Latijn voor 'klagend').

(2)  De eerste regel van deze psalm:  ‘t Hijgend hert, der jacht ontkomen.